De MAPLE project (Measurement of Attainment and Progress in Learning across Europe) is een transnationaal strategisch partnerschap gericht op het automatiseren van het meten van vooruitgang in opgedane kennis bij het leren van computationele vaardigheden in Europa. Het wordt transnationaal uitgevoerd met als een van de centrale doelstellingen om empirische data te vergelijken tussen de landen.

Het initiatief richt zich op drie belangrijke dimensies. De eerste is een focus op computationeel denken en uitvinden wat de leerlingen weten en begrijpen voor en na formeel onderwijs. De tweede is om het gebruik van ‘open source’ infrastructuur en methoden te gebruiken om beoordeling te ondersteunen vanuit diagnostische, formatieve en summatieve perspectieven. De derde is een focus op de verschuiving naar leren te begrijpen, dit in plaats van het leren van specifieke procedures van technologieën, die onderhevig zijn aan snelle veranderingen en zich lenen voor een probleem gestuurde aanpak met de steun van basisvaardigheden.

De projectresultaten stellen ons in staat om vorderingen van organisaties en landen te meten en te vergelijken. Dit is vergelijkbaar qua concept met het PISA project (Programme for International Student Assessment; een internationaal peilingonderzoek naar de kennis en vaardigheden van 15-jarigen), maar dan voor computationeel denken. Iedere school wordt uitgenodigd om aan het MAPLE project mee te doen zonder kosten en met volledig geautomatiseerde feedback van de resultaten van individuele scholen, waarbij de gegevens vertrouwelijk blijven. De primaire doelgroep zijn leerlingen in de leeftijdscategorie 10-14 jaar en hun leerkrachten.

Het doel is om een impact op institutioneel- en beleidsniveau te bereiken, vanuit een project waarin een docenten community helpt ontwikkelen. Met behulp van data van hun onderwijsinstelling kan het profiel van professionele docenten verhogen, als uitvoerders van een hooggekwalificeerd onderzoek gebaseerd op empirisch gekwantificeerde data. Gedurende het lager secundair onderwijs is het mogelijk om de 6 maanden een aantal online toetsen af te nemen, om op zowel individueel- als afdelingsniveau de vooruitgang te meten. De gegevens van de school zijn vertrouwelijk, maar wordt geaggregeerd met scores op lokaal, nationaal en internationaal niveau.

Een duidelijke ‘spin-off’ van het project is om leerkrachten in een onderwijsinstelling op te leiden in het gebruik van collaboratieve technologie en het benutten van “Big Data”.
Bovendien onderschrijft het proces de voortgang en overgang van nationaal gereglementeerde computer-kwalificaties gerelateerd aan het EQF (www.nlqf.nl) en het ondersteunt de beginselen van ECVET (www.ecvet.nl) en EQARF (www.eqavet.eu).

De methodologie kan worden overgedragen naar andere vakgebieden zoals wiskunde, wetenschap en technologie. De basis in het computationeel denken is eveneens relevant voor wiskundige competenties en algemene geletterdheid in dit technologische tijdperk.

Het is gericht op het gebruik van bestaande open source hulpmiddelen, ontwikkeld met behulp van cofinanciering binnen een aantal andere EU-projecten en duurzaam ontwikkeld door TLM (The Learning Machine) als een van de strategische partners van NAACE. Zo zal het project OER ondersteuning opleveren en verder bouwen op eerdere projecten en alles overstijgen door wat er bereikt kan worden door een nulmeting uit te voeren. De gratis toegankelijke leermiddelen binnen het OER systeem hebben inmiddels al 60.000 leerlingen bereikt over 670 scholen in Engeland. Het potentieel aan leerlingen in Europa om deel te nemen ligt in de miljoenen.  Wanneer dit aantal is bereikt, zal het in Europa veruit het meest significante Erasmus + project zijn in termen van aantallen deelnemers.

De tests worden ondersteund door de schema’s van het nieuwe Engelse nationale curriculum, gerelateerd aan niveau 2 van het Europees kwalificatiekader (EQF) met een mogelijke verhoging naar niveau 3 en 4. Dit biedt een potentiële ‘spin off’ in het verhogen van het profiel in het EQF als een internationaal referentie instrument. De links van de leerresultaten en onderliggende beoordelingscriteria van de vrije leermiddelen en een uitgebreid leer-management systeem zal gratis beschikbaar zijn voor alle deelnemers. Dit betekent dat de strategische waarde van de nulmetingen ligt in het stimuleren van de acceptatie van de bredere digitale leermiddelen en open onderwijsmiddelen evenals de ondersteuning van transversale technologische vaardigheden. Het zal zorgen voor het verhogen van opleidingsniveaus.

NAACE heeft, ondersteund door sponsor partner TLM, al een nationaal testprogramma opgezet en onderhouden in slechts een paar maanden na de start van dit concept is het al beproefd en aangetoond dat het werkt. Afgezien van de subsidie is certificering per leerling die de leerdoelstelling heeft behaald optioneel beschikbaar tegen lage prijs van slechts €1 euro per certificaat. De opbrengst zal de ontwikkeling en uitbreiding naar andere onderwerpen verder bekostigen. Er is ook een mogelijkheid om bedrijven bereid te krijgen om de certificaten te sponsoren. De belangrijkste behoeften van het project is servercapaciteit, vertaling en lokalisatie, de opleiding van leerkrachten, de verspreiding en de verbeteringen van het platform om de levering op te kunnen schalen naar miljoenen deelnemende eindgebruikers.